uit het inlopertje van augustus 2026
In de jaren
50 van de vorige eeuw werkte 80 procent van de Nederlandse bevolking in de
industrie en landbouw. Voordat de
mechanisatie toesloeg. Dus 20 procent in de andere sectoren. De
dienstverlenende sectoren zogezegd. De
winkels, de banken en de zorg en meer. In dienst van de samenleving.
Nu anno 2026
is het anders. Nog maar 20 procent in de industrie en de landbouw en 80 procent
in de dienstverlenende beroepen. De
andere sectoren.
Economie op
de MAVO en leren dat de landbouw en veeteelt de primaire sector is dus op 1
staat. Alle andere is minder belangrijk : -)
En natuurlijk met een glimlach. Omdat het nu veel anders is….. Alhoewel. Zonder eten en drinken gaan we
dood. Dus wat dat betreft.
De
dienstverlenende beroepen. De zorg, de winkels en de banken. Hoe groot de zorg is geworden. Lezen dat er
meer dan 100.000 mensen werken in de GGZ en dan al die anderen. Zorgen voor kan leuk zijn. Jezelf een beetje wegcijferen en er zijn voor
de ander. Of iedereen die in de zorg
werkt het zo ziet ? Ik denk het niet. Of is het zeker weten van niet.
Mijn leven
over mogen doen en dan kies ik niet meer voor de fabriek maar voor de
zorg. Dan wel overdoen met de kennis van
nu.
Dienstverlenend
bezig zijn heb ik wel altijd leuk gevonden. Ego of eco kan het ook zijn. Ego en ikke en ikke op de eerste plaats. Of
eco en dan ben je zelf iets minder belangrijk.
De winkels
ook zien als een dienstverlenende sector. De klant is koning en dan een beetje
als een boer met kiespijn. Of is het toch met een glimlach. Het houdt ons
systeem wel aan de gang. Kopen en kopen moet.
De fysieke winkel en de andere winkels. Online en al die
pakketjes……
De primaire
sector is allang niet meer de primaire sector. Hoe moeilijk de boeren het anno
2026 hebben. Of valt dat mee ? Die paar
boeren die het moeten doen. Een paar vergeleken met 80 jaar geleden. De industrie en hoe het bijna is verdwenen.
Ongeschoold werk is er bijna niet meer….
Mijn eigen
leven en al die jaren als vrijwilliger in de ggz dagbesteding. Het was leuk om
te doen en ik heb er van genoten. Mijn jaren bij de sociale werkplaats en ook
dienstbaar willen zijn.
Dienstbaar zijn
is leuk en vind ik leuk. Voor mij is/was het leuker dan mijn ego op 1 te
zetten.
De
dienstverlenende beroepen houden het systeem nu aan de gang. Die 80 procent is
de baas. Die 20 procent landbouw en
industrie is onbelangrijk geworden. Als de Nederlandse boer het niet meer doet
halen we ons eten en drinken wel uit het buitenland. We zijn natuurlijk ook veel te klein om het
alleen te kunnen doen. En dan de industrie.
Ook dan is het buitenland nu belangrijk… Ons landje is er te duur voor
geworden.
Het kleine
stukje aarde dat Nederland heet en zo is de wereld natuurlijk vele malen
groter. Regionaal, nationaal en
internationaal. Samen mogen we het doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten